Eerder stoppen met werken?
Met de RVU Regeling Vleeswarenindustrie kan dat, als u voldoet aan de voorwaarden. Met deze regeling kunnen werknemers die aan de voorwaarden voldoen maximaal drie jaar vóór hun AOW-leeftijd stoppen met werken. De regeling komt voort uit een cao-afspraak en is gezamenlijk vastgesteld door werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers (sociale partners) in de Vleeswarenindustrie.
Per 1 augustus 2026 gelden nieuwe voorwaarden voor deelname aan de regeling. Voor werknemers die vóór 1 augustus 2026 al deelnamen aan de RVU-regeling blijven de oude bepalingen gelden.
Instroom vanaf 1 augustus 2026: wanneer voldoet u aan de voorwaarden?
a. U bent op de uittredingsdatum maximaal 3 jaar en minimaal 1 maand verwijderd van de AOW-leeftijd; en
b. u bent ten minste 10 jaar in dienst bij uw huidige werkgever; en
c. u bent ten minste 20 jaar werkzaam geweest binnen de vleeswarenindustrie, hetgeen u zelf dient aan te tonen, waarvan:
Wanneer geldt de regeling niet voor mij?
Wat is de hoogte van de uitkering?
Dat hangt af van wanneer u van de regeling gebruikt gaat maken. Stopt u 3 jaar voor uw AOW-gerechtigde leeftijd? Dan krijgt u 3 jaar lang een vrijgesteld basisbedrag* van € 2.357,- bruto per maand (bedrag per 1-1-2026*). Dit bedrag krijgt u bij een fulltime dienstverband. Werkt u parttime, dan krijgt u een gedeelte van dit bedrag gebaseerd op de omvang van uw dienstverband. Let op: u ontvangt geen vakantiegeld!
De hoogte van de uitkering wordt vastgesteld op basis van het uitkeringsbedrag in het jaar waarin u stopt met werken (het zgn. RVU boetevrije bedrag). Het bedrag wijzigt niet meer gedurende de uitkeringsperiode.
Heb ik recht op een aanvullende uitkering?
Indien u na 1 augustus 2026 gaat deelnemen aan de RVU-regeling en bij uitdiensttreding bent ingedeeld in loonschaal B tot en met G, kunt u naast de reguliere RVU-uitkering in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering.
De hoogte van deze aanvullende uitkering bedraagt maximaal:
|
Loonschaal |
Aanvullende uitkering |
|
B t/m D |
€ 300 bruto per maand |
|
E t/m G |
€ 200 bruto per maand |
De aanvullende uitkering wordt gefinancierd vanuit een subsidie voor werkgevers. Hiervoor is een budget vastgesteld. Indien het totaal van de aangevraagde subsidies hoger is dan het beschikbare budget, kan de subsidie en daarmee de aanvullende uitkering worden verlaagd. Daarbij wordt zoveel mogelijk prioriteit gegeven aan werknemers in de loonschalen B tot en met D.
Uw werkgever dient, voordat u de vaststellingsovereenkomst tekent, bij het Fonds Collectieve Belangen een aanvraag voor de subsidie te doen en aan u mede te delen wat de hoogte van de eventuele aanvullende uitkering voor u is. Dit, zodat u een weloverwogen keuze kunt maken om al dan niet deel te nemen.
Wie voert de regeling uit en hoe wordt de regeling gefinancierd?
De Regeling wordt uitgevoerd door de Stichting RVU Regeling Vleeswarenindustrie. De werkgever betaalt de uitkering plus uitvoeringskosten en dient het totaalbedrag voor aanvang van de uitkering over te maken aan de Stichting. Indien van toepassing ontvangt de werkgever een subsidie voor de aanvullende uitkering.
Hoe dien ik een aanvraag voor deelname in?
U kunt uw aanvraag sturen naar info@vleeswarenwerkt.nl
Formulieren: