X

Cutter

Datum laatste wijziging: 06-01-2021

Intro / algemeen

Bij  het fijnsnijden van vlees wordt vaak gebruikt gemaakt van een cutter.

 

Links

Risico

Een cutter kan ernstige snijwonden veroorzaken aan vingers, handen en armen, benen en voeten, met name bij het verhelpen van blokkades, schoonmaak en het plaatsen en verwijderen van cuttermessen. Daarnaast kan er blootstelling aan stof zijn door additieven zoals kruidenmengsels, en is er geluidsbelasting mogelijk bv bij het fijnsnijden van bevroren vlees. Ook kan er beknelling plaats vinden door de eventuele hef-kiepinstallatie.

Eisen

Algemene technische eisen aan cutters:

  • De cutter beschikt over een messenkap die het mes tijdig tot stilstand brengt als de kap wordt geopend; Als de nalooptijd van het mes langer is dan voor het type cutter is bepaald, dient een beveiligingsinrichting de messenkap gesloten te houden totdat het mes stil staat. Zie hieronder bij “Specifieke technische eisen aan cutters” voor informatie over de nalooptijd per type cutter.
  • Een handmatig te openen messenkap moet voldoen aan de volgende eisen:
    - Er is een hendel om de messenkap open te zetten;
    - De messen moet, na openen, in een stabiele rustpositie staan achter het zwaartepunt zodat voorkomen wordt dat de messenkap dicht kan vallen. Als de messenkap na openen niet in een stabiele rustpositie komt te staan, dan moet het zijn uitgerust met een voorziening, zoals een contragewicht of een veer, die voorkomt dat de messenkap dicht kan valt. 
  • Een messenkap die met aandrijving wordt geopend, moet voldoende aan de volgende eisen:
    - beschikt over een bedieningsmiddel dat is uitgevoerd met een hold-to-run functie;
    - heeft een voorziening die een onverhoedse beweging van de messenkap voorkomt als de energievoorziening wegvalt. Er kan bijvoorbeeld een slangbreukbeveiliging worden toegepast als de messenkap hydraulisch wordt aangedreven.

    Het ontwerp van de cutter is zodanig dat er door het draaien van de kom geen intrekpunten ontstaan. Als dit niet het geval is, dan wordt toegang tot de gevarenzone voorkomen met:
    - een vaste afscherming
    - een demonteerbare afscherming met een technische voorziening die de beweging stopt of
    - beschermende voorzieningen met een gelijkwaardig veiligheidsniveau.
  • De cutter heeft een voorziening om de voeding te ontkoppelen voorafgaand aan onderhoud- schoonmaak- (de)montage- en reparatiewerkzaamheden.

Voorbeeld van type 3 cutter met een kap die de draaiende kom volledig omsluit zodat wordt voorkomen dat er intrekpunten ontstaan.

  •  


    Voorbeeld van een vaste afscherming van het intrekpunt bij het draaien van de kom.De cutter beschikt over een passend bedieningssysteem waardoor het inwerking stellen van de machine uitsluitend kan gebeuren bij een opzettelijk verrichte handeling. Voorbeelden zijn tweehandenbediening of verzonken drukknoppen.
  • Er is een voorziening waardoor de cutter niet werkt bij een defect aan de veiligheidsbesturing.
  • De cutter beschikt over een geluiddempende kap. 
  • Demonteerbare cuttermessen worden tijdens het schoonmaken en de opbouw van de cutter op een veilige manier weggezet, bv in een daarvoor geschikt rek, houder of container. Daarmee wordt voorkomen dat de punten van de cuttermessen bij een onverhoedse beweging snijwonden kunnen veroorzaken.
  • Als een afscherming of beveiligingsinrichting kan worden omzeild, dan mag het gevaarlijke onderdeel niet bereikbaar zijn. Om vast te stellen hoeveel afstand er tot het gevaarlijke onderdeel nodig is kan bijlage A tabel 2 van de NEN-EN-ISO 13857 worden geraadpleegd. Opmerking: Afschermingen of beveiligingsinrichtingen die lager gelegen zijn dan 1000mm in hoogte beperken lichaamsbewegingen onvoldoende. Als afschermingen en beveiligingsinrichtingen zich op minder dan 1400 mm hoogte bevinden zijn aanvullende maatregelen nodig.

Bij het vrijkomen van CO2 in het geval van het gebruik van droogijs om te koelen:
Zie daarvoor de richtlijn ‘Werken met koude materialen’.

Specifieke technische eisen aan cutters

Naast de algemene technische eisen aan cutters, zijn er specifieke ontwerpeisen. Daarbij worden 3 types cutters onderscheiden op basis van het volume of de diameter van de kom:

Type 1:
Diameter ≤ 700 mm of Volume tussen 2 en 30 liter.

Messenkap met functieblokkerende inrichting

  • Uitgaande van een lege kom, stopt het draaiende mes in ieder geval binnen 2 seconden nadat de voorzijde van de messenkap meer dan 50 mm wordt opgetild;
  • De messenkap overdekt tenminste 70% van de diameter van de kom, gemeten vanaf de buitenrand van de kom aan de meszijde. Openingen in de messenkap zijn toegestaan aan de bedienerspositie tot een hoek van maximaal 90º. Voor toelichting kan de NEN-EN 12855 worden geraadpleegd.

 

Bowl Cutter for Sale Australia - Commercial TC11 Bowl Cutter 
Voorbeeld messenkap type 1 cutter

Niet-demonteerbare handbescherming

  • De cutter is uitgevoerd met een niet-demonteerbare handbescherming. De breedte van de paddenstoel én de handbescherming is aan beide zijden van de kom tenminste 1,5 maal de maximale breedte van de messenset.
  • De afstand van de handbescherming tot aan de messenset is tenminste 50 mm.
  • De handbescherming bedekt ten minste 40% van de diepte van de kom, gemeten vanaf de bovenrand van de kom.

 

                                    Voorbeeld niet-demonteerbare handbescherming

Type 2:
Diameter tussen 700 mm en 1200 mm of Volume tussen 30 en 120 liter

Messenkap met functieblokkerende inrichting

  • Uitgaande van een lege kom, stopt het draaiende mes in ieder geval binnen 3 seconden nadat de voorzijde van de messenkap meer dan 50 mm wordt opgetild;
  • De messenkap overdekt tenminste 55% van de diameter van de kom, gemeten vanaf de buitenrand van de kom aan de meszijde.
  • In aanvulling op bovenstaande eis is deze messenkap aan de rechterzijde (invoerzijde) uitgevoerd met een additionele driehoekige of ronde mesafscherming die tenminste 20% van de diameter van de kom bedekt, gemeten van af het middelpunt van de kom naar invoerzijde toe. Deze overlapping is geplaatst in het midden van de invoerzijde.

 

Voorbeeld type 2 cutter met additionele driehoekige mesafscherming aan de rechterzijde (invoerzijde)

Niet-demonteerbare handbescherming

  • De cutter is uitgevoerd met een niet-demonteerbare handbescherming. De breedte van de paddenstoel én de handbescherming is aan beide zijden van de kom tenminste 1,5 maal de maximale breedte van de messenset.
  • De afstand van de niet-demonteerbare handbescherming tot aan de messenset is tenminste 50 mm.
  • De niet-demonteerbare handbescherming bedekt ten minste 40% van de diepte van de kom, gemeten vanaf de bovenrand van de kom.

Niet-terugkeerbare klep (uitvoerzijde)

  • De cutter is op de uitvoerzijde, gelet op de draairichting van de kom, voorzien van een niet-terugkeerbare klep die niet-demonteerbaar is.
  • De onderzijde van deze klep ligt tenminste op een diepte van 40% van de diepte van de kom, gemeten vanaf de bovenzijde van de kom en de ruimte aan beide zijkanten van de klep is niet meer dan 20 mm (zie voorbeeld type 2 cutter). Voor toelichting kan de NEN-EN 12855 worden geraadpleegd.

Geluiddempende kap verbonden aan de mesaandrijving

  • De mesaandrijving is verbonden met een geluiddempende kap en zorgt ervoor dat de mesaandrijving slechts op halve snelheid kan draaien als de geluiddempende kap is geopend.

Optioneel: hef/kiepinstallatie voor productinvoer

  • Indien de cutter beschikt optioneel over een vrijstaande of met de cutter verbonden hef/kiepinstallatie om producten in te voeren, dan moet de cutter zijn voorzien van:
      • Een voorziening die voorkomt dat de cutter omvalt;
      • Een voorziening die voorkomt dat de trolley of container uit de hef/kiepinstallatie valt;
      • Een noodstopvoorziening;
      • Informatie over de maximale werklast
      • Aanduidingen van knelgevaren.
      • Bedieningsmiddelen die zo zijn ontworpen dat de bediener ze ingedrukt moet houden (hold-to-run) om de hef/kiepinstallatie in beweging te kunnen brengen.

        Raadpleeg de richtlijn Hef-/kiepinstallatie voor meer informatie.

Optioneel: uitwerpschijf voor productuitvoer

  • Het ontwerp is zodanig dat de uitwerpschijf alleen kan draaien als deze zich in de kom bevindt.
  • De uitwerpschijf stopt automatisch met draaien als die is bediend tot boven de rand van de kom.
  • De bedieningsmiddelen zijn zo ontworpen dat de bediener ze ingedrukt moet houden (hold-to-run) om de uitwerpschijf in beweging te kunnen brengen.

Type 3:
Diameter groter dan 1200 mm of Volume groter dan 120 liter

Messenkap met functieblokkerende inrichting

  • Het draaiende mes stopt met een lege kom zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 4 seconden nadat de voorzijde van de messenkap meer dan 100 mm wordt opgetild;

Niet-terugkeerbare klep (uitvoerzijde)

  • De cutter is op de uitvoerzijde, gelet op de draairichting van de kom, voorzien van een niet-terugkeerbare klep die niet-demonteerbaar is. De onderzijde van de klep ligt op een diepte van 40% van de diepte van de kom en de ruimte aan beide zijkanten van de klep is niet meer dan 20 mm (zie afbeelding vooraanzicht type 2 cutter).

Veiligheidsafstand

  • Het ontwerp van de machine is zodanig dat tenminste 850 mm reikafstand tot het mes is geborgd.
  • Indien de veiligheidsafstand tot het mes minder is dan 1200 mm is de cutter voorzien van niet-demonteerbare handbescherming. De afstand van de handbescherming tot aan de messenset is tenminste 50 mm.
  • De niet-demonteerbare handbescherming ligt tenminste op 40% van de diepte van de kom, gemeten vanaf de bovenrand van de kom.

Geluiddempende kap verbonden aan de mesaandrijving

  • De mesaandrijving is verbonden met een geluiddempende kap en zorgt ervoor dat de mesaandrijving slechts op halve snelheid kan draaien als de geluiddempende kap is geopend.

Optioneel: afsluitdeksel bij vacuüminrichting, bij stoftoevoegingen en kookvoorzieningen

  • Sommige type 3 cutters beschikken over een mechanische aangedreven (vacuüm)klep of afsluitdeksel. De bedieningsmiddelen voor deze voorziening moeten zodanig zijn ontworpen dat de bediener ze ingedrukt moet houden (hold-to-run) om de vacuümklep of afsluitdeksel in beweging te kunnen brengen.

Optioneel: hef/kiepinstallatie voor productinvoer

  • Indien de cutter beschikt optioneel over een vrijstaande of met de cutter verbonden hef/kiepinstallatie om producten in te voeren, dan moet de cutter zijn voorzien van:
      • Een voorziening die voorkomt dat de cutter omvalt;
      • Een voorziening die voorkomt dat de trolley of container uit de hef/kiepinstallatie valt;
      • Een noodstopvoorziening;
      • Informatie over de maximale werklast.
      • Aanduidingen van knelgevaren.
      • Bedieningsmiddelen die zo zijn ontworpen dat de bediener ze ingedrukt moet houden (hold-to-run) om de hef/kiepinstallatie in beweging te kunnen brengen.

        Raadpleeg de richtlijn Hef-/kiepinstallatie voor meer informatie.

Optioneel: uitwerpschijf voor productuitvoer

  • Het ontwerp is zodanig dat de uitwerpschijf alleen kan draaien als deze zich in de kom bevindt.
  • De uitwerpschijf stopt automatisch met draaien na als die is bediend tot boven de rand van de kom.
  • De bedieningsmiddelen zijn zo ontworpen dat de bediener ze ingedrukt moet houden (hold-to-run) om de uitwerpschijf in beweging te kunnen brengen.

Sausage Meat Bowl Cutter TT-S104A - Main View

Type 3 cutter met hef/kiepinstallatie en een uitwerpschijf

Organisatorische eisen bij werkzaamheden aan cutters

  • Gebruik alleen een cutter die CE-gemarkeerd is en voldoet aan de machinerichtlijn en de geharmoniseerde norm NEN-EN 12855. Cutters met een bouwjaar van vóór 1995 dienen te worden vervangen of te worden aangepast naar de huidige eisen. Als wordt gekozen om een oude cutter aan te passen dient de CE-procedure te worden doorlopen.
  • Volg de aanwijzingen van de meegeleverde gebruiksaanwijzing op.
  • Werknemers die werken met cutters dienen herhaaldelijk, en in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing, te worden geïnstrueerd in het veilig gebruik van de cutter. Daarbij komen in ieder geval de volgende aspecten aan de orde:
  • De gevaren en de te nemen maatregelen.
  • De bedieningsvoorschriften.
  • Regelmatig controleren op de aanwezigheid, toestand en goede werking afschermingen, beveiligingsinrichtingen en (indien aanwezig) de noodstop.
  • De veilige werkwijze om vlees in te voeren en uit de cutter te halen.
  • Bij stofblootstelling, bijvoorbeeld door kruidenmengsels:
    Gebruik bij het toevoegen van additieven alleen een cutter die voorzien is van een deksel. (dit geldt voor alle typen cutters). Draai de cutter eerst op lage snelheid zodat de additieven opgaan in de massa. Doe daarna de deksel dicht en dan kan er op hoge(re) snelheid gecutterd worden. Of  maak toevoegingen die stof kunnen veroorzaken, zoals kruiden van tevoren vochtig.
  • Dat schade en gevaarlijke defecten direct gemeld moeten worden en de cutter in dat geval niet in gebruik mag worden genomen.
  • Bij cutters met een hef/kiepinstallatie:
  • Verwijs naar de  aanduiding van de maximale heflast en naar de aanwijzing om overschrijding van de maximale werklast te voorkomen.
  • Beschadigde en vervormde containers of trolleys mogen niet in de hef/kiepinstallatie worden geplaatst.
  • Gecontroleerd moet worden dat de container of trolley is geborgd tegen vallen.
  • Veilige omgang met demonteerbare cuttermessen bij het schoonmaken en opbouwen van de cutter. Alleen daartoe geïnstrueerde medewerkers mogen de cuttermessen verwijderen en plaatsen.
  • Welke persoonlijke beschermingsmiddelen gedragen moeten worden (in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing).
  • Er wordt dagelijks toezicht gehouden op de naleving van voorschriften bij het werken met cutters
  • Bij hoge geluidsbelasting: 
    Laat een geluidsmeting uitvoeren en neem op grond van de meetresultaten de benodigde maatregelen zoals:
    - bevroren vlees eerst kleiner laten maken in een vleeswolf,
    - oude machine vervangen door moderne machine die beter presteert op het gebied van lawaai.
    - zorgen dat de cutter beschikt over een geluidsscherm (behalve type 1 machines die een opening in het deksel mogen hebben en de typen 3 machines die een overkoepelende deksel hebben)
    - snelheid van het mes verminderen .
    - dempende materialen aanbrengen op deksel en schaalvorm.
    - preventief onderhoud van de lagers.
    - messen scherp houden.
    - zorgen voor een juiste balans van de messen.
     - cutter in aparte ruimte plaatsen.
    - toegang tot de lawaaizone beperken.
    - zo nodig en alleen als laatste stap: het verstrekken van gehoorbescherming.

Gebruik van PBM

  • Werknemers die het mes van een cutter vervangen dienen snijvaste handschoenen en veiligheidsschoenen te dragen en gehoorbescherming als de geluidsbelasting na toepassing van de bovenstaande geluidmaatregelen nog meer is dan 80 dB(A).
  • Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de specifieke cutter om vast te stellen welke PBM verder vereist zijn tijdens het bedienen en bij reiniging, onderhoud en reparatie.
ContactPostbus 61 - 2700 AB - Zoetermeer