Compensatie bij overgang naar nieuwe pensioenregeling VLEP
Pensioenfonds VLEP stapt naar verwachting op 1 januari 2027 over op de nieuwe pensioenregeling. Deze verandering kan... lees meer »
Pensioenfonds VLEP stapt naar verwachting op 1 januari 2027 over op de nieuwe pensioenregeling. Deze verandering kan... lees meer »
Arbeidsmigranten die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen krijgen eerder te maken met miscommunicatie,... lees meer »
De werkgevers- en werknemersorganisaties werken samen aan het verder verhogen van de vakbekwaamheid van medewerkers in... lees meer »
De Tweede Kamer heeft dinsdag 5 februari de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen. Dat is de wet die onder meer de transitievergoeding verlaagt, maar hier tegelijk recht op geeft vanaf de eerste dag van het dienstverband. De wet die de cumulatiegrond bij ontslag introduceert, maar wel tegen een maximaal 50% hogere transitievergoeding. De wet die de payroller recht geeft op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de eigen werknemers van de inlener. En de wet die het oproepcontract aan banden legt en door premiedifferentiatie flexcontracten 5 procentpunt duurder maakt dan vaste contracten.
AWVN berichtte al eerder over het wetsvoorstel bij de indiening bij de Tweede Kamer, en bij de internetconsultatie van het wetsvoorstel en de uitvoeringsmaatregelen. Met de WAB wil het kabinet het verschil tussen vast werk en flexwerk verkleinen en vaste contracten aantrekkelijker maken.
De Tweede Kamer diende eind januari een aantal amendementen op het wetsvoorstel in, waarvan de volgende zijn overgenomen:
De WAB maakt volgens minister Koolmees deel uit van een breder pakket aan maatregelen dat erop is gericht om de balans op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het gaat hierbij onder andere om de maatregelen rond de positie van zelfstandigen, de verplichtingen van werkgevers in verband met arbeidsongeschiktheid en ziekte en het stimuleren van een leven lang ontwikkelen. Ook heeft het kabinet op 7 november 2018 de Commissie Regulering van werk ingesteld om onderzoek te doen naar en advies te geven over de fundamentele vragen over de toekomst van de regulering van werk.